Lessuggesties
bij
“RIDDER TIM”
Door Theater Snater

Gemaakt
voor de groepen 1 t/m 6 (4 t/m 9 jaar)
Verschillende
ideeën voor wisselende leeftijdsgroepen,
naar
eigen inzicht en ervaring te gebruiken.
Voorbereiding:
Theater?
Omdat met name kleuters vaak nog niet bekend zijn met het fenomeen ‘theater’ is het prettig als ze een beetje weten wat ze te wachten staat.
Hierbij wat ideeën ter voorbereiding:
Vraag wie er al eens naar het theater geweest is.
Hoe zag dat eruit? Wat heb je allemaal gezien?
Als de voorstelling buiten uw school plaatsvindt
(Op een andere school, in een gymzaal of in een theater) kunt u hier iets over vertellen:
Hoe gaan ze ernaar toe, wie is hun begeleider, hoe
ziet de zaal eruit, moeten ze hun jas en/of schoenen uittrekken, waar kunnen ze
naar het toilet?
Vertel over de rol van het publiek.
Zorg dat je, voordat je de zaal ingaat, naar de
w.c. bent geweest want tijdens de voorstelling is dat lastig; het is donker, je
mist een stuk van het verhaal en het stoort de andere kinderen en de spelers.
Als je binnenkomt ga je rustig zitten op de
aangewezen plek. Meestal zitten de jongste (kleinste) kinderen vooraan en de
oudste (langste) kinderen achterin. Als het licht in de zaal uitgaat begint de
voorstelling. Tijdens de voorstelling mag je niet kletsen, eten of lopen maar natuurlijk wel reageren op/meeleven met
de voorstelling; lachen, zingen, klappen etc. Als de voorstelling afgelopen is
en je hebt het naar je zin gehad, kun je de spelers bedanken door voor ze te
klappen (applaus).
De voorstelling.
In de voorstelling wordt een verhaal verteld, of
eigenlijk gespeeld. Het gebeurt terwijl je kijkt. Als je binnenkomt zie je het
decor: een kasteelbed met twee torens
en op het kussen zit een beer. Als de
voorstelling begint, begint het verhaal.
Het verhaal met Vader, Beer, Draak en natuurlijk Ridder Tim.
Het verhaal.
Tim is vreselijk zenuwachtig want morgen moet hij
afzwemmen. Dan komen er allemaal mensen kijken en stel je voor dat het niet
lukt… Vader maakt zich helemaal geen
zorgen. Wel snapt hij dat Tim het spannend vindt en om hem te helpen geeft hij
hem een ridderpak en slaat hem tot “Ridder Tim”.
Maar ook een ridder is wel eens bang, en zeker als
hij zijn beer uit de handen van de draak moet redden. Ridder Tim is niet zo
dapper en heeft geen enkele zin om met de draak te vechten. Maar gelukkig is
hij wel heel erg slim en als je vriendschap kunt sluiten met een draak lijkt
afzwemmen ineens ook veel minder eng…
Ideeën om al een beetje in de sfeer te komen:
De draak uit de voorstelling is geen enge, gemene draak (hij is zelfs vrij koddig) maar … wel een draak! Om de jongere kinderen wat vertrouwd te maken met het idee dat er een draak zal zijn kunnen ze hem alvast kleuren (zo gek mogelijk)
Muziek
Op de band/cd staat de muziek die in de voorstelling gebruikt wordt als begeleidingsmuziekje van de draak. Je kunt er verschillende dingen mee doen zoals:
-
Opzetten als sfeermuziek als de kleurplaat
gekleurd wordt
-
De kinderen als draken op de muziek laten bewegen
Op de band/c.d. staat ook het Ridder Tim-lied,
wellicht leuk om te laten horen of aan te leren. De tekst gaat als volgt:
Ridder Tim, Ridder Tim
Hij
is niet dapper maar wel heel erg slim
Is
er een probleem
hij
verzint een plan
waarmee
hij zonder vechten
toch
nog winnen kan
Hij
wint ieder gevecht zonder geweld
daarom
is Ridder Tim een held!
Tim heeft een knuffel, Beer. Misschien is het voor de jongere
kinderen leuk om ook hun knuffel mee te
nemen naar de voorstelling, dan voelen ze zich gelijk wat veiliger.
Je kunt ze alvast over hun knuffel laten vertellen
in de groep;
Hoe
lang heb je hem al?
waar
is hij allemaal geweest?
Ben
je hem al eens kwijt geweest? etc.


Naverwerkingsopdrachten bij de voorstelling:
Kringgesprek.
Vragen over het verhaal
-
Wat vond je leuk/waar heb je om gelachen?
-
Waren er ook spannende momenten? Welke waren dat?
-
Vader probeert Tim te helpen om zich dapper te
voelen, hoe doet hij dat?
-
Het verhaal werd gespeeld met poppen en een
acteur. Wie waren de poppen? (Tim, Beer,
Draak, een Muisje en een Vis) En wie was de acteur? (Vader)
-
Waarom wilde de Draak Beer niet teruggeven?
-
Wat zei de Draak tegen Tim toen hij hem een
Drakentand gaf?
(“Vriend
Draak niet bang” )
-
Geloofde Vader het verhaal van Tim? (nee, hij
dacht dat het een droom was)
En wat denk jij?
Bang/zenuwachtig zijn
Tim is heel zenuwachtig voor het afzwemmen
- Ben jij wel eens ergens heel
zenuwachtig/bang voor (geweest)? Wat voel je dan?
-
Wat doe je om jezelf te helpen als je
zenuwachtig/bang bent?
-
Is er dan ook iets wat andere mensen voor je
kunnen doen?
Naar bed gaan/dromen
-
Hoe wordt jij naar bed gebracht? (voorlezen,
verhaal vertellen, stoeien…etc.)
-
Wat moet je allemaal doen voordat je in bed ligt?
-
Droom je wel eens? Weet je nog een droom die je
kunt vertellen?
-
Heb je wel eens eng gedroomd? Wat droomde je toen?
-
Soms droom je een paar keer hetzelfde (dat je kunt
vliegen of dat iemand je achterna zit bijvoorbeeld) heb jij dat ooit gehad?
-
Je kunt ook dagdromen, dan denk je aan dingen die
op dat moment niet gebeuren maar die je bijvoorbeeld graag wilt. Dagdroom jij?
Waarover?
Vriendschap
- Heb jij een beste vriend of vriendin? Wat
vind je zo leuk aan hem/haar? En wat doe je graag samen met die vriend(in)?
Beer praat alleen tegen Tim als er niemand bij is.
Wat zou jouw knuffel zeggen als hij zou praten?
Wat voor stem zou hij hebben? Hoe zou hij bewegen?
Ga met twee kinderen achter een tafel of een laken
zitten en laat jullie knuffels met elkaar praten. Bijvoorbeeld over de
voorstelling/over school/ over wat jullie allemaal samen doen /over jou zelf.
Je kunt ook zelf een gesprek hebben met je
knuffel, waarbij je soms met je eigen stem praat (terwijl je knuffel stil zit)
en soms met de stem van je knuffel (die dan beweegt)
Test:
Hoe dapper ben jij?
(bij
deze test kun je geen foute antwoorden geven, wel oneerlijke.. veel plezier!)
A. Je zegt dat je hem heel lelijk vindt
B. Je zegt dat je blij bent met een nieuwe fiets maar vraagt of je hem mag ruilen.
C. Je
zegt niets en doet of je heel blij bent (misschien wen je er wel aan)
5. Je hebt een hele gave nieuwe
broek gekregen, maar als je op school komt vindt
bijna iedereen hem stom
…
A.
Je zegt: “als ik hem zelf maar mooi vind” en blijft hem gewoon dragen.
B. Je
doet hem niet meer naar school aan maar wel in het weekend en in de
vakanties.
C. Je
gaat verdrietig naar huis en trekt die broek nooit meer aan.
6. Je nodigt een paar kinderen
uit voor je verjaardagsfeestje. Er komt iemand
naar
je toe die jij heel onaardig vindt en zegt: “ik mag zeker ook wel komen
?!”
A. Je
zegt: “nee, want ik vind jou helemaal niet aardig!”
B.
Je zegt nee , maar je verzint een smoesje (ik mag
niet zo veel kinderen uitnodigen van mijn vader en moeder).
C.
Je zegt: “dat is goed” en baalt als een stekker.
Heb je vooral A-antwoorden?
Wat een Held! Jij durft precies te zeggen waar het
op staat en mensen weten wat ze aan je hebben.
Heb je het meest met B geantwoord?
Dan zeg je wat je te zeggen hebt maar je houdt
daarbij ook rekening met de gevoelens van anderen. Een ridder dus!
Had je vooral C-antwoorden?
Dan vind je de gevoelens van anderen belangrijker
dan die van jezelf. Een schildknaap.